Wol verven met planten, enkele basisregels.

Wol verven met planten, enkele basisregels.

Wol verven op de natuurlijke manier, dus wol verven met planten.

De bodem waarop een plant groeit, de hoeveelheid zon die ze kreeg, het seizoen waarin je plukt. Al die factoren bepalen mee welke kleur er uiteindelijk in je wol of mohair terechtkomt. Het resultaat is nooit exact te voorspellen, en dat verrassingsaspect is precies wat plantaardig verven zo boeiend maakt.

 Waarom plantaardig verven?

Plantaardige kleurstoffen zijn biologisch afbreekbaar. De hulpstoffen die we gebruiken zijn niet giftig en niet belastend voor het milieu. De kleuren die je krijgt zijn zachter en subtieler dan chemische varianten. En het ambacht zelf, dat eeuwen oud is, verdient het om niet verloren te gaan.

Maar eerlijk gezegd is de grootste reden veel eenvoudiger, het is verrassend en geeft veel voldoening. Je werkt met levende materialen, je volgt een proces, en aan het einde heb je iets gemaakt dat nergens anders bestaat.

Wat zijn de basisregels bij het plantaardig verven van wol?

1.     Wassen van de wol.

Voor je ook maar aan verven denkt, moet de wol gewassen zijn. Lauw water, een zachte zeep, geen wasverzachter. Beweeg de wol voorzichtig, want te ruw behandelen zorgt voor vilten. Spoel daarna goed na met water van dezelfde temperatuur. Temperatuurschokken zijn de vijand van wol.

2.     Beitsen van de wol.

Om kleurstof goed in de wolvezel te laten doordringen en te laten hechten, is beitsen bijna altijd nodig. Wij werken met aluin en wijnsteenzuur, die zijn niet giftig of milieubelastend. Draag wel handschoenen want onze huid bestaat, net als wol, uit keratine en de beits tast die even goed aan.

Uitzonderingen bestaan. Voor indigo (uit wede of Japanse indigoplanten) en noot is er geen beits nodig. Maar voor de meeste planten geldt dat beitsen mee bepaalt hoe intens en duurzaam je kleur wordt.

3.     De hoeveelheid plantaardig materiaal om te verven.

Planten maken kleurstoffen als verdediging tegen insecten of schimmels. Een gezonde plant op een goede standplaats, met voldoende licht, water en voedingsstoffen, bevat meer kleurstof. Dat zie je terug in je verfbad.

Als vuistregel gebruik je 100 tot 200 gram gedroogd blad of bloemen per 100 gram droge wol of mohair. Voor gedroogde wortels volstaat de helft. Verse plantendelen vragen het dubbele.

Het seizoen en het jaar bepalen de rest. Geen twee verfbeurten zijn identiek.

4.     De nabehandeling.

Na het verven is een nabehandeling soms nodig om de gewenste kleur of intensiteit te bereiken. Een beetje soda of azijn kan de kleur nog sturen. Daarna spoel je voorzichtig in (regen-)water.

Vers gekleurde wol is gevoelig voor licht. Droog de streng of stof niet in de zon. Dat klinkt als een detail, maar het maakt het verschil tussen een kleur die minder snel of juist sneller vervaagt.

 Er is nog veel meer te vertellen. Beitsen alleen al verdient een eigen post. En dan zijn er nog de verschillen tussen planten, het winnen van kleurstoffen, werken met indigo, de invloed van water. Dit was de basis. In volgende posts wil ik op verschillende aspecten dieper ingaan.

Wil je het liever in het echt leren, samen met de planten uit onze tuin? Bekijk dan de workshop wol plantaardig verven

Terug naar blog